Na maandenlange gesprekken waarin verschillende contracten zijn onderzocht, heeft de Minister de hoofdlijnennota vandaag openbaar gemaakt.

Het nieuwe contract

Het nieuwe pensioencontract wordt een premieregeling, wat betekent dat pensioen geadministreerd wordt in termen van een ‘persoonlijk vermogen’ in plaats van de huidige ‘aanspraken’. Na pensionering kan vanuit dit persoonlijke vermogen jaarlijks worden bepaald welke uitkering een deelnemer ontvangt. Voor pensionering kan op basis van een uniforme projectiemethode inzicht worden verkregen in het te verwachten pensioen.

Tegelijk met de overgang naar deze nieuwe premieregeling, wordt ook de doorsneesystematiek afgeschaft. De premiestaffel is hierdoor vlak in plaats van stijgend, zoals nu in premieregelingen het geval is.

Er blijft spraken van één collectief beleggingsbeleid dat via vooraf gestelde leeftijdsafhankelijke regels wordt toebedeeld aan de deelnemers. Hierin wordt onderscheid gemaakt in een hedge rendement: compensatie voor toename van kostprijs van pensioen en een overrendement.

In het nieuwe contract wordt sneller gereageerd op de financiële markten. Een positief economisch klimaat leidt daardoor sneller tot een verhoging van de uitkeringen, een negatief klimaat tot een verlaging. Om de schokken in het niveau van de uitkeringen die hiermee gepaard gaan te verminderen is een tweetal mechanismen ingebouwd: de mogelijkheid tot het uitsmeren van economische schokken en een collectieve solidariteitsreserve. De collectieve solidariteitsreserve kan worden gevuld uit premie-inkomsten en/of overrendement en faciliteert risicodeling tussen deelnemers. Daarnaast zorgt het leeftijdsafhankelijk toedeelsysteem ervoor dat mee en tegenvallers in de uitkeringsfase minder zwaar doorwerken dan op jongere leeftijd.

Inzichten uit eerste berekeningen

Zoals ook al uit eerdere berekeningen bekend is, leidt het afschaffen van de doorsneepremie tot een verlaging van het pensioen voor de meeste huidige werkenden. Waarbij de grootste teruggang ligt bij de groep 40-45 jarigen. Hierbij geldt dat de impact van deze maatregel lager is naarmate de rente meer naar nul tendeert.

De overstap op een contract waarbij er minder buffers aangehouden worden leidt ertoe dat meevallers in rendementen eerder ingezet worden voor het verhogen van pensioen. Hierdoor neemt de waarde van het pensioen voor alle oudere generaties toe.

Belangrijk punt hierbij is wel dat de kans op een verhoging toeneemt, maar de kans op een verlaging ook. Afhankelijk van de gebruikte scenarioset kan deze kans op een verlaging oplopen tot 30%.

In het voorliggende contract is spraken van een collectief beleggingsbeleid waarbij de rendementen leeftijdsafhankelijk worden toebedeeld. Voordelen van deze invulling zijn:

  • Elke generatie draagt zijn eigen renterisico. Dit biedt zowel een oplossing voor de huidige lage premiedekkingsgraden, waardoor nieuwe inkoop ten koste gaat van indexaties, alsook voor de huidige lage pensioenopbouw. Kapitalen worden immers pas na pensioendatum omgerekend in jaarlijkse uitkeringen, waardoor het renteniveau pas op het moment van pensionering een rol speelt. En er is geen dekkingsgraad verwatering door inkoop tegen lage premiedekkingsgraden
  • Door het rekenen met persoonlijke pensioenvermogens, biedt het contract de mogelijkheid om in het risicoprofiel te differentiëren per generatie.

Het contract biedt ook nog een aantal uitdagingen. De gelijktijdige overgang naar het nieuwe contract biedt voor de meeste pensioenfondsen met een DB-regeling voldoende compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek. Dit is echter niet voor alle fondsen het geval. Met name in jonge fondsen kan nog steeds een achteruitgang voor deelnemers zichtbaar zijn. Ook geldt dat DC regelingen geen gebruik kunnen maken van de dubbele transitie, dus voor die contracten zal een andere oplossing gekozen moeten worden voor het compenseren van de impact op het pensioen.

Het nieuwe pensioencontract vertoont in veel opzichten gelijkenis met de al bestaande verbeterde premieregeling. Verschillend zijn de introductie van de solidariteitsbuffer en het collectieve beleggingsbeleid. Het collectieve beleggingsbeleid biedt de mogelijkheid tot het opheffen van de leenrestrictie, waardoor jongeren in hun lifecycle meer dan 100% van hun vermogen in risicodragende stukken kunnen beleggen. Daarnaast kan het renterisico op collectief niveau d.m.v. swaps worden afgedekt.

Nog veel keuzes te maken

De analyses laten zien dat er nog veel keuzes te maken zijn. Zoals:

  • Hoe worden de bestaande aanspraken ingevaren in het nieuwe contract?
  • Zijn er aanvullende compensatie maatregelen nodig?
  • Welke invulling wordt gekozen voor de solidariteitsreserve?
  • Is het bestaande beleggingsbeleid nog passend?
  • Hoe bepalen we de gewenste toedeling van rendementen?
  • Welke keuzes maken we voor de uitkeringsfase?

Wij ondersteunen u graag bij de stappen die bestuurders de komende tijd kunnen en moeten zetten op hun weg naar het nieuwe pensioencontract.

X