Veel Nederlandse pensioenfondsen doen eens in de drie jaar een uitgebreide ALM-studie die de basis vormt voor het strategische beleggingsbeleid. Vaak wordt in de tussenliggende jaren een update uitgevoerd waarin – analoog aan de haalbaarheidstoets - de haalbaarheid van strategische doelstellingen en eventuele overschrijdingen van risicolimieten getoetst wordt. Is het strategische beleggingsbeleid nog wel passend bij de door sociale partners vastgelegde risicohouding? Is de regeling nog wel uitvoerbaar en evenwichtig? En welke rol speelt het pensioenakkoord? Geeft de ALM-studie nog wel een goed beeld, gegeven de lage rente? Zijn wijzigingen in wet- en regelgeving aanleiding voor aanpassingen van het beleid? Allemaal legitieme vragen om een update uit te voeren van de ALM-studie.

Is de financiële opzet nog evenwichtig?

Door de fors gedaalde rente in de afgelopen periode zijn dekkingsgraden van veel pensioenfondsen ver weggezakt en lijken bij veel fondsen forse kortingen o.b.v. de situatie ultimo 2020 onontkoombaar. Dit heeft grote gevolgen voor met name de gepensioneerden. Tegelijkertijd zijn de premiedekkingsgraden flink gedaald waardoor de druk op de ‘solidariteit’ van ouderen richting jongeren een verder punt van discussie wordt. Bij veel fondsen wordt de premie eind 2020 opnieuw vastgesteld voor een periode van 5 jaar. Doordat premieplafonds bereikt zijn dreigt een forse korting op de opbouw van nieuwe aanspraken.

Feitelijk blijkt de opdracht van sociale partners bij veel fondsen niet langer uitvoerbaar. De indexatieambitie is niet meer realiseerbaar. De ambitie van de pensioenregeling niet meer betaalbaar en de nominale zekerheid komt onder druk. Kan het fonds nog iets doen om een korting te voorkomen of om te zorgen dat een korting niet al te groot wordt, bijvoorbeeld m.b.v. derivaten in het beleggingsbeleid? En wat kan dat betekenen voor de lange termijn doelstellingen? Wordt de ‘pijn’ van harde ingrepen wel evenwichtig verdeeld over verschillende generaties? Deze vragen worden op dit moment veel geadresseerd in (updates van) ALM-studies.

Zijn de gebruikte uitgangspunten nog actueel?

Veel bestuurders, beleggingscommissieleden en adviseurs hebben een duidelijk negatievere verwachting (dan ten tijde van de vorige ALM-studie) van de toekomstige ontwikkeling van de lange rente, en vaak ook van andere belangrijke economische variabelen zoals inflatie en risicopremies. Dit kan voor fondsen van alle soorten en maten een reden zijn voor een nieuwe (update van de) ALM-studie. Zo was een 10-jaars rente van onder de 0% enkele jaren geleden voor velen nog ondenkbaar. Ondertussen hebben we gezien dat dit ook echt mogelijk is. Tot hoe ver kan deze rente dalen? Vooral de afdekking van het renterisico is onderwerp van studie.

Wet- en regelgeving veranderen ingrijpend

De invoering van de verlaagde maximale rendementen (cie Dijsselbloem) per 1/1/2020 en de (met grote kans door te voeren) nieuwe UFR per 1/1/2021 zorgt voor lagere dekkingsgraden en hogere gedempte kostendekkende premies. Ook dit leidt tot vragen over evenwichtigheid en het herijken van het strategische beleggingsbeleid. Door de nieuwe UFR-methode neemt de rentegevoeligheid van de verplichtingen toe. Een maatregel om dit te beperken is om de rente afdekking te verhogen. Door de nieuwe UFR staat de omvang van de rentehedge en de wijze waarop deze wordt vormgegeven vaak hoog op de lijst studieonderwerpen in een nieuwe ALM-studie.

Samengevat

Substantiële verandering van de financiële situatie, de economische vooruitzichten, de pensioenafspraken of de wet- en regelgeving zijn voor veel fondsen aanleiding om een geplande ALM-studie te vervroegen of om een tussentijdse update uit van de ALM te voeren. Voor de meeste Nederlandse pensioenfondsen zijn een of meer van deze redenen zijn op dit moment actueel.

Gerelateerde insights

X